Heibel in de Rollegemse Schreiboomstraat

Er is iets aan vreemds aan de hand in Rollegem. De Schreiboomstraat, een landelijke buurtweg zoals onze provincie er zo veel telt, is de inzet van een belangenconflict. De hoofdrolspelers: stad Kortrijk, dakpannenproducent Wienerberger en de bewoners van Rollegem. Wat is hier aan de hand? Waarom zoveel ophef over een asfaltstraat die door de velden van Rollegem kronkelt?

Waar gaat het over?

In 2013 verleent de deputatie van de provincie West-Vlaanderen onder strenge voorwaarden een milieuvergunning aan de nv Wienerberger. Een van die voorwaarden was het onderzoek naar een transportband voorzien tussen de groeve en de E403. Daar was niet iedereen tevreden mee. De stad Kortrijk gaf toen een negatief advies omdat het milieueffectenrapport niet actueel was. Actiecomité De Klijtberg was tegen de kleiontginning tout court. De hoofdbekommernis was ook toen al de overlast die het transport van en naar de kleigroeve met zich mee zou brengen.

Hun protest zorgde er evenwel voor dat de dorpskernen van Rollegem, Aalbeke, Bellegem en de Marionetten ontzien zouden worden, maar de kwestie heeft zich nu dus verschoven naar het tracé Schreiboomstraat waar de bewoners op hun beurt vrezen voor overlast. Nochtans is de deputatie van de provincie overtuigd dat de verkeersleefbaarheid gehandhaafd blijft.

De ontginning geeft aanleiding tot 3 soorten transporten: afvoer van zand, afvoer van klei en aanvoer van materiaal voor het aanvullen van de groeve. Het ene soort transport sluit het andere uit: wanneer er afvoer is van klei, kan geen afvoer van zand of aanvoer van aanvulmateriaal plaatsvinden of omgekeerd.

De deputatie heeft bepaald dat transport maar kan van 7 uur ’s morgens tot 7 uur ’s avonds en niet tijdens de schoolpieken. Ontginning en aanvoer van aanvulmateriaal kan ook niet tijdens schoolvakanties.

Met een beperking tot hetzelfde transportvolume als destijds bij het transport vanuit de groeve te Heestert (dus maximaal 4 vrachten/uur gemiddeld) en mits het opleggen van randvoorwaarden (geen ontginning en aanvulling tijdens schoolverlofperiodes en geen transport tijdens uren waarbij kinderen naar school gaan en huiswaarts keren) is de deputatie van oordeel dat ook de mobiliteitsimpact aanvaardbaar te noemen is.

Wat vinden de bewoners daar van?

Wat er ook van zij: het zit de bewoners van het tracé Schreiboomstraat duidelijk hoog en ook in Moeskroen rijst de twijfel over de haalbaarheid van het tracé. Wanneer we samenzitten met Manu Lagae horen we meteen waar de wrevel vandaan komt: “Voor mij is het maar duidelijk geworden wat er op stapel stond toen ik van mijn buren een kopie kreeg van de brief waarin stad Kortrijk de plannen aankondigt. Die brief is niet tot in mijn postbus geraakt blijkbaar. Het was voor mij onmiddellijk duidelijk dat dit voorstel waanzinnig is. Vier vrachten per uur, gemiddeld. Die hun leeggoed moet ook terug hé, dus komen we op acht. Heb je de straat al eens gezien? Er kunnen nog geen twee auto's kruisen en en ook een fietser inhalen is op de meeste plaatsen niet mogelijk.”

Bewoners vrezen voor het landelijke karakter van de weg en de veiligheid voor zwakke weggebruikers. De weg wordt veel gebruikt, door wandelaars, joggers en fietsers van Rollegem en van buiten de gemeente, waar men zich veilig kan verplaatsen. Het is dan ook een aangeraden fietsroute van Stad Kortrijk en onderdeel van de fietsknooppuntenroute.

De weg moet sowieso aangepast worden, anders kunnen er geen vrachtwagens passeren. De kosten daarvoor zijn nog niet berekend, enkel een ruwe schatting. Manu: “Op kosten van Stad Kortrijk wordt zo van een openbare weg een privéweg voor Wienerberger gemaakt. Onbegrijpelijk. Zeker als je weet dat de stad eerder al inspanningen gedaan heeft om camions uit de straat te weren, halen ze ze nu weer binnen. De route langs de Schreiboomstraat is zeker niet de kortste of de beste route.”

Waarom er dan toch voor het tracé Schreiboomstraat gekozen wordt? Manu heeft een vermoeden: “Er werd ons meegedeeld dat het de minst slechte van alle slechte oplossingen is. Omdat er hier het minst mensen wonen en ze dus het minst protest verwachtten, maar dat is anders uitgepakt! We hebben van ons laten horen op de gemeenteraad, in die mate zelfs dat mensen geweigerd werden om hun vragen te stellen.”

Inspraak?

Over de inspraak en het niveau van de basisdemocratie van het Kortrijks stadsbestuur valt een en ander op te merken. In 2013 kreeg de toen nog jonge stadscoalitie dit heikel dossier op haar bord. De stad zat tussen hamer en aambeeld. Zij wilden absoluut een oplossing voor Wienerberger, maar werden ook geconfronteerd met scherp protest van de bewoners.

De situatie werd ontmijnd na overleg met het comité De Klijtberg, stad Kortrijk en Wienerberger. Daar is toen een compromis uitgekomen. Het comité was tevreden dat de dorpskernen ontzien zouden worden en werd gepaaid met bijkomende garanties... alleen werden er toen geen bijkomende garanties gegeven! Het onderzoek naar de verschillende routes, onder andere de 'route E403' én de studie over een transportband waren al verplicht door de Bestendige Deputatie. Het stadsbestuur stak deze pluim dan ook volledig onterecht op z'n hoed.

De januskop van CD&V

Opvallend: terwijl CD&V zich op het niveau van de gemeenteraad opwerpt als de grote tegenstander, zetelen vier van de zeven gedeputeerden die op provinciaal niveau de vergunning goedkeurden voor CD&V  Het lijkt er op dat CD&V in de eerste plaats de stadscoalitie wil treffen. Daarbij zijn alle middelen goed om de bewoners van de Schreiboomstraat een rad voor de ogen te draaien.

Zo slaat schepen Roel Deseyn op de gemeenteraad van 16 april de bal volledig mis als hij deze vraag stelt: “Werken daar zoveel mensen uit de regio? Of eerder Fransen?". Wat suggereert Deseyn hier eigenlijk? Dat het minder erg is als er Franse werknemers afgedankt worden? Op dat vlak zijn wij bij PVDA categoriek: voor ons zijn er geen tweederangswerknemers en kan het dan ook niet dat er in de beoordeling van dit dossier een “eigen-tewerkstelling-eerst” idee geopperd wordt door een partij met een januskop.

Op gemeentelijk niveau is CD&V immers tegen en stelt ze vragen waar ze het antwoord al op weet. Zo geven ze tenminste het idee dat ze aan de kant staan van de bewoners en hun belangen dienen. Maar op provinciaal niveau hebben ze de ontginning toegestaan met de voorwaarde dat de verschillende scenario's, waaronder de transportband onderzocht zouden worden. En op Vlaams niveau tenslotte was het net het kabinet van Joke Schauvlieghe (inderdaad: CD&V) die deze piste net afgewezen heeft!

Stad als strijdperk

De stadscoalitie wilde in 2013 de stad terug geven aan de Kortrijkzanen. Waar ze geen rekening mee hielden is dat een stad zich niet laat besturen door slogans. Dit is een door en door politieke kwestie, maar daar houdt de stadscoalitie zich liever ver vandaan. Zij wil voor alles de consensus in stand houden en toont zich onbekwaam om haar eigen slogans waar te maken. De stadscoalitie doet de facto niet meer aan politiek, maar aan crisismanagement.

“Politieke kwesties zijn geen simpele technische problemen die deskundigen kunnen oplossen. In feite zijn er telkens beslissingen mee gemoeid die draaien rond keuzes tussen oplossingen die in conflict zijn met elkaar.” Een uitspraak van politicologe Chantal Mouffe die perfect de tegenstelling samenvat waar stad Kortrijk zich nu in bevindt. Naar wiens argumenten zal het stadsbestuur luisteren? Die van de bewoners of die van Wienerberger? Komen de mensen op de eerste plaats of de winst?

Het ziet er naar uit dat de stad zich helemaal klem heeft gereden. Zo inschikkelijk als ze in 2013 waren naar de bevolking toe (“dorpskernen vermijden”), zo stoer stellen ze zich nu op (“Tegen transportroute kleigroeve? Zoek zelf alternatief!”). Omdat de stad geen gezichtsverlies wil lijden moeten de bewoners van de Schreiboomstraat nu de camions slikken.

Conclusie

Voor ons is het klaar en duidelijk: hier wordt op een oneerlijke manier aan politiek gedaan. Zowel de stadscoalitie als CD&V draaien de mensen een rad voor de ogen. De ene beweren aan inspraak te doen, de andere aan oppositie.

Beiden hebben nagelaten om de optie die de voorkeur wegdroeg van de bewoners (transportband) ten volle te steunen. Als je alles op een rijtje zet, vallen de maskers af. Hoewel er inderdaad juridische en planologische bezwaren waren, is het grootste bezwaar dat in dit scenario de financiering logischerwijze grotendeels bij Wienerberger verondersteld wordt. Dat wil zowel het stadsbestuur als de CD&V absoluut vermijden. Zowel stadscoalitie als CD&V doen zich voor alsof ze begaan zijn met de belangen van de bewoners, maar zetten in de eerste plaats Wienerberger uit de wind.

En de PVDA?

Met de PVDA doen wij op een andere manier aan politiek. Onze politici zien het als hun taak om de mensen te dienen, niet om zichzelf of het bedrijfsleven te bedienen. Wij geloven in de kracht van mensen en werken volgens het principe van straat-raad-straat.

Dat willen wij ook in Kortrijk doen: de problemen in de wijken (straat) oppikken en die op de gemeenteraad brengen, waar we ook een oplossing voorstellen (raad). Dat debat koppelen we dan opnieuw terug naar de wijk (straat). Ondertussen mobiliseren we mensen om niet af te wachten, maar zélf de dingen te veranderen.

In die optiek zien we het dan ook positief in dat stad Kortrijk onder druk van de actiecomités gedwongen is geweest om veel transparanter te zijn over de manier waarop dit dossier is aangepakt. Voor de PVDA geen ons-kent-onscultuur die pijn doet aan de ogen, geen dubbele standaarden die pijn doen aan de oren.

Zo schermt burgemeester Vanquickenborne in dit dossier steeds met de tewerkstelling bij Wienerberger, maar toen in 2014 een vijfde van de jobs bij de bedienden op de tocht stonden hoorden we hem niet. Gelukkig hebben de vakbonden bij Wienerberger het aantal naakte ontslagen nog kunnen beperken via een sociaal akkoord.

Op het niveau van de stad komt de burgemeester trouwens helemaal niet op voor de tewerkstelling. Sedert 2011 staan er in Kortrijk 25% minder mensen op de loonlijst van de stad. Hij wil Kortrijk besturen als een bedrijf. Terwijl dat juist het probleem is. Als in de openbare diensten het winstprincipe wordt ingebracht, dan leidt dat tot minder goeie tewerkstelling en afbouw van  de diensten aan de burgers.

Dit dossier toont voor ons aan hoe de politieke crisis zich ook op het niveau van de stad doorzet. Van politici die dichter bij het bedrijfsleven staan dan bij hun burgers kan je verwachten dat ze managementtaal beginnen te spreken. Met de PVDA willen wij de stem van de straat doen klinken in de gemeenteraad. Een voortdurende wisselwerking tussen de mensen, de buurten , de werknemers in de bedrijven en de politieke verantwoordelijken, zo zien wij dat in een stad op mensenmaat.