Naar een échte oplossing voor Carrefour en de Brugse middenstand

Op 25 januari werd het herstructureringsplan van Carrefour België voorgesteld. Het resultaat: 1233 banen zijn bedreigd, waaronder 28 in Sint-Kruis, puur om de oorlogskassen van Carrefour te spijzen. Meer dan voer genoeg voor de Brugse gemeenteraad zou je denken. Niets is minder waar, zowel bij het stadsbestuur als bij de oppositiepartijen N-VA en Open VLD (al dan niet PLUS) is het sociaal bloedbad aan de Maalse Steenweg hoogstens een voetnoot in de Brugse politiek. Een belangrijker feit is volgens rechts het feit dat verschillende panden leegstaan in de grootste winkelassen. Het antwoord van rechts is om Koning Auto verder de binnenstad in te werken, en om een centrummanager aan te stellen die ‘kwaliteitsvolle winkels’ aantrekt. Een non-oplossing, gezien het feit dat de kleine zelfstandigen vooral vragende partij zijn om zelf te kunnen overleven zonder extra concurrentie van de dure ketens.


Op het eerste gezicht zou je kunnen denken dat deze nieuwsfeiten weinig met mekaar te maken hebben. Toch is de situatie van de werknemers van Carrefour en de Brugse middenstand niet zo verschillend. Ze moeten beiden opboksen tegen grote bedrijven en multinationals om hun eigen leven te kunnen onderhouden. Bij Carrefour is de tegenstelling duidelijk, maar ook voor de middenstanders van Brugge zijn er redenen genoeg om voor dezelfde rechten te strijden als werknemers.


Ten eerste is het duidelijk dat het huidig ondernemersbeleid van België, en ook van Brugge, consequent het grote geld bevoordeelt ten opzichte van KMOs. Het zijn de grote bedrijven die kunnen profiteren van allerlei belastingsvoordelen. Denk maar aan het feit dat Carrefour in België maar 12,5% vennootschapsbelasting betaalt, terwijl een gewone KMO het juiste tarief van 25% betaalt. In Brugge is deze bevoordeling vooral duidelijk door het toewijzen van panden aan KMOs. Zo is het verhaal bekend van het weigeren van een vergunning voor een zelfstandige broodjesbar in de Philipstockstraat, officieel omwille van het ‘imagoverlagend karakter’ van zo’n bar in Brugge. Daartegenover is er het feit dat Kruidvat en Sissy Boy op de Markt allebei zonder veel problemen een vestiging konden openen.


Ten tweede is de drempel voor beginnende ondernemers om een zaak te openen in Brugge al zeer groot. De vraag van banken aan investeerders om nog meer eigen middelen aan te leveren bij het intrekken in een leegstand pand zorgt er ook voor dat alleen de meest kapitaalkrachtigen zo’n panden kunnen innemen. Zelfstandigen uit de stad vrezen daarom ook voor een algemene verschraling van de winkels in Brugge. In andere straten heeft de verschraling al toegeslagen. Je kan niet lopen in de Smedenstraat zonder te struikelen over een interim- of immokantoor en in de Steenstraat staan op 100 meter welgeteld vijf(!) winkels van Zara. Dan begrijpen wij volledig dat zelfstandigen vrezen uit het straatbeeld te verdwijnen.


Ten derde zijn er, net als bij de situatie van Carrefour, genoeg voorbeelden te vinden van de gevolgen van het huidige beleid. Aan werknemerskant ondervinden werknemers van Bombardier en Dana Corporation in Ten Briele op dit moment hoe relatief de beloftes van bedrijven zijn. Zelfstandigen hebben ook weinig redenen om te juichen. In de Ezelstraat en de Langestraat stopt iedere maand wel een zelfstandige met zijn zaak, in Zeebrugge heeft onlangs het strandwinkeltje haar deuren gesloten, en de grote winkelterreinen in en rond het centrum zijn oftewel volledig leeggelopen (Fort Lapin) of zijn jaren na opening nog altijd niet volledig verhuurd (b-park en de winkelruimte bij het Huis van de Bruggeling). Een dergelijke situatie kan alleen maar door het feit dat deze terreinen ontworpen zijn voor de zogezegde kwaliteitsvolle winkels die rechts nu ook in het centrum wil trekken, wat voor de zelfstandigen en hun werknemers een ongelijke strijd betekent.


De huidige situatie is ernstig, maar er is nog altijd de mogelijkheid om te kiezen voor een fundamenteel andere koers. Zelfstandigen en KMOs moeten makkelijker geld kunnen lenen om hun zaak in orde te zetten, en er moet bij het opmaken van winkelplannen voor de stad niet alleen gekeken worden naar een variatie van aanbod in de winkels, maar ook naar een gegarandeerd minimum aan zelfstandige winkels. Het zijn niet de grote bedrijven, die van de ene dag op de andere sluiten als ze elders hogere winstmarges beloofd worden, die het leven van Brugge mee gaan onderhouden. Zo’n KMO-beleid mag zich ook niet beperken tot het centrum van Brugge, maar moet voor heel de stad gelden.