|
|
Van Komen tot Voeren loopt een kronkelige streep: de taalgrens. Op die streep ligt de Kluisberg, of Mont de l’Ecluse zo u wil. Dat de dubbeltentoonstelling daar een plek heeft gevonden, is een signaal.
De taalgemeenschappen in ons land zijn op veel manieren met elkaar verbonden en hebben gemeenschappelijke geschiedenisssen, de wortels
van onze cultuur lopen onder de taalgrens door. Mensen geven daaraan
expressie Dat wilde Lebuïn D’Haese uitgestraald zien met zijn cross over: de rijkdom van het gemeenschappelijke niet laten versplinteren. Mensen die over de grenzen van taal en afkomst heen streven naar eenheid en samenwerking: dat is in de ogen van deze kunstenaar onze gemeenschap, het Belgische model. En daar gaan hij prat op. Om België te vatten moet je over de taalgrens ritsen, vindt hij, want de samenhang tussen ‘boven’ en ‘onder’ de taalgrens is veel groter dan de politieke en emotionele spanningen hierover doen vermoeden. En in dat perspectief is in het andere landsgedeelte exposeren voor hem gewoon een evenement in het eigen land.
Kunst kan een /tool/ zijn om de menselijke communicatie en verbondenheid alle kansen te geven. Zoals elke mens is de kunstenaar een kruispunt van vele facetten en identiteiten, en als kruispunt is hij ook ontmoetingsplaats. Die visie maakt van *Lebuïn cross over* een merkwaardig event.