Nieuws - PVDA West-Vlaanderen

Moet er nog strand zijn? De privatisering van onze kust - West-Vlaanderen

Geschreven door Admin | 21 september 2020

De Belgische kust. Rood verbrande gezichten, een skyline van torenhoge appartementen, mosselen eten op de zeedijk met het zand nog tussen de tenen. De plek waar Gregory uit Luik, Aicha uit Leuven en Liliane uit Antwerpen ontspanning zoeken. Vaak met de trein voor één dagje, af en toe een weekendje, sommigen hebben er een eigen stekje gevonden. Maar de voorbije maand leek het vooral een plek van opstootjes en schermutselingen met de politie. Wat kunnen we daaruit leren?

De Belgische kust. Rood verbrande gezichten, een skyline van torenhoge appartementen, mosselen eten op de zeedijk met het zand nog tussen de tenen. De plek waar Gregory uit Luik, Aicha uit Leuven en Liliane uit Antwerpen ontspanning zoeken. Vaak met de trein voor één dagje, af en toe een weekendje, sommigen hebben er een eigen stekje gevonden. Maar de voorbije maand leek het vooral een plek van opstootjes en schermutselingen met de politie. Wat kunnen we daaruit leren?

Strandtoerisme is er al sinds de 19e eeuw. De duinen waren toen gereserveerd voor een welgesteld publiek, maar het strand was voor iedereen. Ook de strandcabines (ondertussen zijn er al meer dan 9000) zijn al langer deel van het landschap. Vooral vanaf de jaren 1960 moesten de duinen echter steeds meer plaats ruimen voor beton. In tegenstelling tot bijvoorbeeld in Nederland, werden grote delen van onze kust volgepropt met hoogbouw. Pas in de jaren 1990 wordt daar paal en perk aan gesteld. Logisch gevolg: minder ruimte en het gros van het toerisme wordt verlegd naar het eigenlijke strand.

In België hebben we een kustlijn van 67 kilometer, maar slechts een vijfde van de oppervlakte kan permanent gebruikt worden. Het kusttoerisme is namelijk afhankelijk van eb en vloed. Onze kust heeft zo'n 550 hectaren hoogstrand (ongeveer 814 voetbalvelden). Jaarlijks komen ongeveer 19 miljoen dagjestoeristen naar de kust, naast zo’n 5 miljoen verblijfstoeristen. 

Zo'n 25 jaar geleden begon Knokke-Heist met iets nieuws. Er werden concessies aan commerciële partners gegeven om delen van het strand voor eigen gewin uit te baten. Ondertussen zijn er in Knokke-Heist al 24 van die concessies. Blankenberge volgt met 13, maar in zowat elke badplaats vinden we ze vandaag terug. In vijf jaar tijd verdubbelde het aantal strandbars. Volgens de reglementering kan tot 50% van de beschikbare ruimte in concessie worden gegeven. Slechts 50% is dus nog vrij toegankelijk. Blankenberge kreeg echter een vrijstelling en kan tot twee derde van het strand laten innemen door commerciële uitbaters. Het lapje strand dat nog vrij is voor iedereen wordt steeds kleiner.

Strandhuisjes van de superrijken

Momenteel lijken het vooral lokale middenstanders te zijn die inzetten op de concessies, maar ook grote ondernemingen beginnen er brood in te zien. Zo betaalt Unilever al een serieuze smak geld aan de stad Oostende om zijn producten (Magnum, Cornetto, …) aan de man te brengen. 

Bij onze zuiderburen zijn al meer dan 1500 stranden “vermarkt”. Een van de meest bekende voorbeelden is het strand van La Baule in Bretagne, met 12 km het langste strand van Europa. In december 2016 werd 5,4 km daarvan voor 12 jaar in handen van de multinational Veolia gegeven. Dat zorgde voor enorm veel protest bij de lokale middenstand, de bewoners en de toeristen. Er gaan niet alleen jobs verloren, maar door het installeren van tal van pop-upbars en tijdelijke infrastructuur gaan de huurprijzen enorm de hoogte in. 

In de VS en Libanon zijn grote delen van het strand het verlengde geworden van vijfsterrenhotels, luxe-resorts en “strandhuisjes” van de superrijken, bewaakt door privé-firma's en politie.

Met de trein naar Oostende, want in Nieuwpoort geraak je niet

Een van de punten waar het gebrek aan inzicht, overleg en daadkracht pijnlijk zichtbaar werd, is het vervoer naar de kust. Denk aan de mensenmassa’s in het station van Oostende toen er op een zondagavond enkele treinen werden afgeschaft, of aan het opbod van verschillende kustburgemeesters na de gebeurtenissen in Blankenberge. De coronamaatregelen worden gebruikt om de natte droom van burgemeester Lippens & co in vervulling te doen gaan. Geen treinen meer naar de Knokke, grenscontroles aan de rand van verschillende kustgemeentes! De dagjestoeristen hebben geen plaats aan de kust. Burggraaf Lippens probeert hen al jaren uit “zijn” Knokke te weren. Begin augustus verkocht hij het zo: “Knokke-Heist pakt uit met kunst, natuur, shopping en gastronomie, het hele jaar door. Dit weekend is echter geen goed moment om dat rijke aanbod te komen ontdekken.”

Maar hoe zit het nu eigenlijk met die treinen? Er zijn 13 badplaatsen in 10 gemeentes. Het is zaterdagochtend 8 uur. Ik sta in Brussel-Zuid en kan kiezen. Elk uur zijn er 5 treinen naar Oostende en 3 naar Blankenberge. Naar De Panne of Koksijde zijn er per uur nog twee treinen. Bij aankomst in Koksijde mag je nog 4 kilometer wandelen voor je de eerste zandkorrel ziet. Nieuwpoort moet je niet proberen, daar gaat geen enkele trein naartoe. Met een bus doe je er bijna 3 uur over. Logisch dat treinen naar Blankenberge en Oostende vaak propvol zitten. 

Een plan voor de kust, op maat van iedereen

Al maandenlang was duidelijk dat er in de voorbije vakantieperiode een overbelasting van een aantal kuststeden zou zijn. We moesten immers massaal thuisblijven. Waarom was er geen zomerplan, dat de mensen na maanden van afzondering, loonverlies, enz. een beetje verlof zou bieden? Het kan toch niet zo moeilijk zijn? Rechtstreekse treinen naar de kuststeden die nu enkel door stoptreinen worden bediend, een hogere frequentie van de kusttram, pendelbussen om de mensen sneller en makkelijker naar minder druk bezette stranden te krijgen, de groeiende privatisering van de stranden beperken, preventieve crowdcontrol in plaats van repressie na de feiten, werken met coronaburgerpatrouilles zoals in tal van andere landen, ... Er is werk aan de winkel. 

Spreken over de gebeurtenissen en de drukte aan de kust, kan ook niet zonder daarbij te kijken naar het schrijnende gebrek aan openbare ruimte in het binnenland. Tal van mensen hebben de hele crisis doorgebracht in een klein appartementje, zonder de mogelijkheid om even te ontspannen of een luchtje te kunnen scheppen zonder daarbij te moeten consumeren. Ook daar liggen grote uitdagingen.

 

(Foto: shutterstock)